Increase font-size  Restore font-size  Decrease font-size  Print


Verzameling teksten over Hendrik Jacobs (1630-1704) en de vroege Hollandse Vioolbouw, zie onderaan deze pagina.

Ensemble Ciacona / 30.01.2010
PROGRAMMA

Virtuose Vioolsonates van 1681-1744

Bach, Johann Sebastian (1685-1750)            
Sonate in g BWV 1030b (naar de fluitsonate in h BWV 1030 (Weimar 172?))
geen tempo-opgave (fluitsonate: Andante)
Siciliano (fluitsonate: Largo e dolce)
Presto

Pisendel, Johann Georg (1687-1755)           
Sonate in D (Dresden ca. 1716)
Allegro
Larghetto
Allegro

PAUZE ( voor de pauze zullen de musici een woordje uitleg geven over instrumentarium en muziek )

Biber, Heinrich Ignaz Franz (1644-1704)           
Sonate V in e (Salzburg 1681)
Senza titulo-Adagio-Adagio
Variatio: Allegro-Adagio-Presto
Adagio-Presto (Gigue)
Aria-Variatio: Presto-Adagio

Veracini, Francesco Maria (1690-1768)           
Sonate g op. 2,5 (Sonate Accademiche. London, Firenze 1744)
Adagio assai, come sta, con grandissima gravità
Capriccio con due soggetti. Allegro assai
Allegro assai

Scarlatti, Domenico (1685-1757)
Sonate in g , K. 30 (Essercizi per gravicembalo, Madrid 1737)
Fuga-Moderato

Corelli, Arcangelo (1653-1713)                           
Sonate in d, op. 5,12 (Rom 1700)
Folia
Adagio-Allegro-Adagio-Vivace-Allegro-Andante-Allegro-Adagio-Allegro

Martina Graulich    barokviool
Frank Coppieters    violone
Guy Penson    clavecimbel


Johann Georg Pisendel
(1687-1755) was concertmeester van de beroemde Dresdner Hofkapelle aan het hof van Saxen. Hij werd beschouwd als een van de beste violisten van de eerste helft van de achtiende eeuw. Er zijn niet zoveel composities van Pisendel bekend, tot nog toe een 25-tal: tien vioolconcertos, een sonata voor viool solo, twee vioolsonates met basso continuo, een trio, en enkele werken voor orkest.
Op zoek naar ongepubliceerde werken voor viool ontdekte Martina Graulich in Dresden nog meer werken in Pisendels handschrift. Deze bevonden zich in een grotere verzameling anonieme sonates.

Johann Sebastian Bach (*21.3.1685  in Eisenach, † 28.7.1750 in Leipzig).                   Leven en werk van J.S. Bach zijn genoegzaam bekend; hij heeft niet enkel voor de viool wonderbare muziek nagelaten. Van de sonate BWV 1030b is alleen een handschrift van de clavecimbelpartij bekend. Voor welk instument Bach BWV 1030b bedoeld heeft is niet bekend.Er bestaat reeds een hedendaagse uitgave voor hobo. Het werk is waarschijnlijk gebaseerd op een vroege concerto versie voor 2 soloinstrumenten of voor clavecimbel uit zijn tijd in weimar. De latere versie voor voor fluit, de sonate in si klein BWV 1030 is beter bekend.

Heinrich Ignaz Franz Biber von Bibern, * 12. August 1644 te Wartenberg, Böhmen; † 3. Mai 1704 te Salzburg, was een Boheems componist. Vermoedelijk volgde hij les bij Johann Heinrich Schmelzer of bij Antonio Bertali te Wenen. Hij geldt als een der grootste virtuosen op het instrument dat de instrumentale muziek van die tijd overheerste: de viool. Hij beheerste de klankkleur van zijn instrument zo meesterlijk dat Arcangelo Corelli hem meermaals prees als de “Erz-Teuffel” van de  viool. (in tegenstelling tot zichzelf, “arcangelo”, de aartsengel). Biber beschikte inderdaad over een buitengewone techniek. Pas later maakte hij naam als componist van wereldlijke muziek en van kerkmuziek. In vele van zijn werken voor viool maakt hij gebruik van het scordatura, het verstemmen van een of meerdere snaren. Daardoor bekwam hij bijzondere effecten en maakte bepaalde grepen op het instrument mogelijk.

Francesco Maria Veracini was de telg van een muzikale familie. Hij werd geboren in 1690 te Florence.
De arrogante en exentrieke violist was in het Europa van zijn tijd een zeer gevraagd musicus. Als hij niet op concertreis was, dan was hij bezig zijn opera´s uit te voeren te Londen of werkte hij aan het hof van August der Starke te Dresden. Weelderige uitbundigheid karakteriseren zowel zijn extravagante muziek als zijn persoonlijkheid. Hij was de man die zijn  twee Stainer violen “Peter en Paul” noemde, wiens virtuositeit de jonge Giuseppe Tartini er toe bracht zichzelf op te sluiten om te studeren en die er steeds in slaagde de aandacht te trekken, zelfs al was er in die tijd in artistieke milieus heel wat concurrentie op dat gebied...een van zijn uitspraken was: ein Gott und ein Veracini!

Domenico Scarlatti *1685 te Neapel † 1757 te Madrid
De eerste helft van zijn leven speelde zich in Italie af waar hij naam maakte met het  componeren van operas, cantates en geestelijke muziek. De tweede helft vertoefde hij in Portugal en Spanie als leraar van princess Maria Barbera van Portugal, die later konigin werd van Spanie. Van zijn 555 sonates voor clavecimbel is geen enkele overgeleverd in zijn handschrift, er bestaan enkel copies.

Arcangelo Corelli * 17. Februar 1653 te Fusignano, † 8. Januar 1713 te Rom.
Als violist en componist had Corelli een bijzonder grote invloed die ver over de Italiaanse grenzen heen reikte. De nieuwe stijl die hij invoerde was voor de ontwikkeling van het vioolspel van groot belang en werd later verspreid door zijn talrijke leerlingen.
Folia maakt deel uit van zijn op.5, een bundel met 12 sonates. Folia is van portugese afkomst en was een variatievorm. In de 15de en 16de eeuw werd die dans steeds weer verboden wegens zijn losbandig karakter.
Galliard schreef over Corelli (1709): I never met with any man that suffered his passions to hurry him away so much while he was playing on the violin as the famous Arcangelo Corelli, whose eyes will sometimes turn as red as fire; his countenance will be distorted, his eyeballs roll as in an agony, and he gives in so much to what he is doing that he does not look like the same man.


viool van Martina Graulich, gebouwd  rond 1700 door Hendrik Jacobs uit Amsterdam.

<< terug / ^ top ^


Verzameling teksten over Hendrik Jacobs (1630-1704)
en de vroege Hollandse Vioolbouw
( uit boeken die niet meer verkrijgbaar zijn) .

J. Balfoort             De Hollandsche Vioolmakers, Amsterdam 1931
M. Möller             The violin-makers of the Low Countries, Amsterdam 1955
F. J. Lindeman         De Viool in de Noorderlijke Nederlanden, 1987
F. Lindeman/S. Stam    400 Jaar vioolbouwkunst in Nederland, Amsterdam 1999

Algemeen
The sight of an Amati violin, possibly its possession, for all these Italian players seem to have spread the sale of their fellow countryman´s products, was all that was necessary. Its beauty of form and work and its simplicity appealed to them and they accordingly did their utmost to reproduce faithful  copies, which, let me add, were in no sense slavish copies. Hendrik Jacobs was undoubtedly the most successful and there is much in his work pointing to a clear grasp of Amati principles – both in form and construction. Nor was he behindhand in clothing his instruments with an oil varnish of superior merit. I know no  non-Italian maker who so successfully reproduced „Amati“, and were it not for his own decided characteristics which included purfling, the black strips of which are of whalebone, I am confident that many „Jacobs“ would to-day be  found masquerading as the „real thing“. (Voorwoord door Alfred E. Hill in De Hollandsche Vioolmakers,Amsterdam 1931, Dirk J. Balfoort)

The first period, until about 1670, during which he made instruments which might be described as his „perfect Amati type“. By comparison, the only points in his disfavour would be the arching towards the center of the top which dips a little too steeply at the edges, and the fact that his sound-holes are a little too wide as compared with the delicateness of the rest of his conception.
The second period, from about 1670-1785, shows a somewhat  bolder style and   execution.
The third and last period, from 1685 until his death, could be described as his „Rombouts period“. He was at that time about 60 years old , and it is evident that having Pieter Rombouts who became his stepson in 1676 and who was 18 years old of age in 1685, so near, he left  a considerable part of the work to be done by this young and talented violin-maker. His instruments of this period show distinct Rombouts features - a rather wide purfling, inserted further than usual from the instruments´ contours. The backs of the heads widening considerably towards the lower end.
Without exception , Jacobs´ violins, regardless of their period, deserve the highest praise and the varnish is always of most excellent quality. (Max Möller 1955)

The rumour that many of Jacobs instruments have at some time or other passed for genuine Amatis, is grossly exagerated and stems from reports from „would be“ experts.
Photographs taken from genuine specimens, distinctly show the different periods in Jacobs work.
What I want to point out is that any Amati features are, as a rule, exaggerated in Jacobs instruments – longer corners and rather too rounded sound-holes, all strongly indvidual characteristics of a truly fine violin-maker and not of one who mercly copies the work others. (Max Möller 1955)

Het vroege werk van Jacobs vertoont grote overeenkomst met dat van Kleynmann: een duidlijke amatisé welving, lange hoeken, sierlijke slanke f-gaten en een vrijwel goudgele lak. Helaas zijn uit deze tijd weinig instrumenten van hem bewaard gebleven.
Rond 1670 worden zijn violen wat forser van opzet, de balein-inleg wordt wat breder en de hoeken korter, de welvingen voller, zowel in de lengte als in de breedte. Stilistisch hierbij aansluitend, worden de f-gaten wijder en forser van opzet. In de laktint is nu iets meer kleur aanwezig. Ook in deze periode blijven de koppen elegant van lijn met een klein oor en smalle randjes.
Vanaf ongeveer 1685 vertonen de Jacobs-instrumenten de aanwezigheid van Rombouts in de werkplaats. De drie meest opvallende tekenen hiervan zijn de vormgeving van de f-gaten die aan de vleugels lange punten krijgen, de altijd baleinen inleg die breder wordt en de kleur van de lak. Was deze tervoren goudgeel of bruinrood, nu doet het rood zijn intrede: een gloedvoll, dikke, dieproode laklaag van de allerhoogste kwaliteit, die Rombouts tot in de 18de eeuw zal blijven gebruiken.(Fred Lindeman, Serge Stam  1999)

Bouwwijze
Het belangrijkste kenmerk van de Italiaanse bouwwijze, zoals door Jacobs en zijn tijdgenoten toegepast, is wel dat het geheel van zijwanden (de krans) om een binnenmal werd geconstrueerd, met klosjes uit dennenhout in de vier hoeken en aan de boven en onderkant. De zijwanden werden bij zowel het boven- als het achterblad met bandjes verbreed om een bruikbaar lijmvlak te verkrijgen, terwijl de zangbalk steeds apart tegen het bovenblad werd aangelijmd. Deze vroege zangbalken waren aanmerkelijk slanker en lager dan die in de violen uit de 18de eeuw zouden worden aangebracht.
Boven op de voltooide romp lijmde men de hals en versterkte men deze verlijming met een of meer ijzeren nagels.
Qua algemene vormgeving zijn deze vroege Amsterdamse violen alle op het Amati-model geinspireerd, maar tegerlijkertijd met een dusdanig typisch eigen karakter dat de term Amati-volkomen misplaatst is. Terwijl in grote delen van Europa vioolbouwers de violen van Jakob Stainer uit Absam in Tirol (ca. 1617-1683) als voorbeeld voor hun instrumenten namen, ging deze stijlinvloed aan de Hollandse bouwers grotendeels voorbij. Alleen bij de latere instrumenten van Pieter Rombouts is er een zeker invloed van het Stainer-concept waar te nemen en veel later nogmaals in de violoncellen van Johannes Cuypers.
Het meest opvallende verschil tussen violen in de trant van Amati en die van Stainer ligt in de welvingen van de bladen.
Bij Amati daalt de welving langs de bladranden aanvankelijk einigzins om vervolgens heel gelijkmatig naar het midden toe te stijgen.
Bij Stainer daarentegen is er langs de bladranden een veel duidelijker daling van de welving, maar daarna meteen een vrij sterke stijging die later vermindert.
Verder zijn de f-gaten van Stainer ronder van lijn dan die van Amti en hebben zij, bij de bovenste en onderste ronding van de f-gaten, langer uitlopende vleugels of flappen.
Een onzichtbaar verschil is er ook in de wijze waarop in beide gevallen de bladdikte vanuit de rand naar het midden toeneemt. Deze totaal verschillende vormgeving leidt uiteraard tot een heel ander klankkarakter. (Fred Lindeman 1987)

Lak
Het buitengewoon mooie lak is afwisselend rood, geel en groenachtig geel. (Balfoort 1931).
Het vroege werk van Jacobs vertoont grote overeenkomst met dat van Kleynmann: en een vrijwel goudgele lak.
Rond 1670 is in de laktint iets meer kleur aanwezig. 
Vanaf ongeveer 1685 vertoonen de Jacobs instrumenten de aanwezigheid van Rombouts in de werkplaats. Was de lak tervoren goudgeel of bruinrood, nu doet het rood zijn intrede: een gloedvoll, dikke, dieproode laklaag van de allerhoogste kwaliteit, die Rombouts tot in de 18de eeuw zal blijven gebruiken. (Fred Lindeman, Serge Stam  1999)

De lak die de Nederlandse makers uit de eerste bloeiperiode gebruikten, was een volle laag olielak, die kwalitatief vergelijkbaar is met de lak van hun Italiaanse tijkgenoten. Bij de vroege violen is de lak vrijwel kleurloos, later kwam er iets meer rood in en bij de late violen van Jacobs en die van Rombouts tenslotte is er sprake van een prachtige , dieprode laklaag, waarschijnlijk de mooiste die men ooit in Nederland gebruikt heeft. (Fred Lindeman 1987)

...and the varnish is always of most excellent quality. (speaking about Jacobs violins)
As for their (the early Dutch violin makers) varnish, I consider it only fair and just to state that the same type for which the early Dutch are famous, has, besides the Italians, also been used by others, like Barak Norman, Jakob Stainer and Claude Pierray.  (Max Möller 1955)

Krul
De krul, geheel in den stijl van zijn voorbeeld, is een weinig dieper uitgestoken dan bij Amati. (Balfoort 1931)

Opmerkelijk is ook de grote overeenkomst tussen de krullen van Jacobs en die van andere Amsterdamse bouwers: het vermoeden is ontstaan dat ze door een en dezelfde man gestoken zijn, door een beeld- of houtsnijder misschien of door een van de bouwers zelf. (Fred Lindeman 1987)

Etiketten

Some further explanation of Jacobs´ labels would seem called for. If reproduced by earlier writers, usually reproduced the one dated 1693, is shown. In this book, the second type, dated 1704, is printed. Upon close examination, this ticket is definitly reproduced with a block, made by the same engraver who had produced Rombouts´ labels. How can Jacobs´ possibly have had a block made in or after 1700, if he died in 1699? (The last two figures have, as usual, been added in writing to the first two printed ones on the labels). In my opinion Rombouts must have inherited a large number of instruments, made by his stepfather, and – out of reference for the deceased – removed the Amati labels which Jacobs used originally, and replaced them by labels, bearing the real maker´s name and the date of the year that he inserted them. It is unfortunate that he omitted to mention the correct dates, but perhaps Rombouts considered such dates of no importance. The 1693 type may have been used by Jacobs personally whenever he did not use an Amati label. (Max Möller 1955)

Volgens de overlevering zijn vele Hollandse violen oorspronkelijk van Amati-etiketten voorzien, wat niet zozeer was bedoeld om te misleiden, maar veeleer als eerbetoon aan het illustere voorbeeld. Later werden deze etiketten om verschillende redenen weer verwijderd. Weer later lijmde men er dan een etiket van Jacobs in om daarmee de viool beter te kunnen verkopen. Ook vroeger was men niet onbekend met de wisseltruc van etiketten... (Fred Lindeman 1987)

Inlegwerk
Terwijl het gebruik van (walvis)balein voor de donkere spanen van de inleg in vele landen slechts incidenteel voorkwam, is deze materiaalkeuze bij de vroege Hollanders bijna zonder uitzondering te vinden. Dit in tegenstelling tot de Vlaamse bouwers uit dezelfde periode. De reden is nog onduidelijk, balein is niet gemakkelijker te bewerken en minder goed te lijmen dan hout, en de kosten van het materiaal voor de inlegspanen zijn te verwaarlozen ten opzichte van de totale materiaalkosten. Mogelijk gaf men de voorkeur aan balein vanwege de taaiere structuur, vaardoor er een betere beveiliging tegen scheuren zou zijn? (Fred Lindeman 1987)

Opzoekingswerk, ordening teksten: Martina Graulich


<< terug / ^ top ^

NL  FR  EN  DE  IT  ES
Laatst aangepast op: 05/09/2011 © Cmb Puurs - Belgium

 
 
Webdesign Dynamic Arts (Gent, Oost-Vlaanderen)